Bleekselderij is eigenlijk een familielid van bladselderij en knolselderij, maar dan gekweekt zonder daglicht op de stengels, waardoor ze lichter van kleur en milder van smaak blijven. Wie weleens selderij heeft gebruikt in een stoofpot, merkt dat de smaak daarvan wat sterker en aardser is dan die van bleekselderij. Beide groenten vallen onder dezelfde plantenfamilie als venkel, en het is niet gek dat je ze soms samen in een recept tegenkomt vanwege de vergelijkbare frisheid.
Een bleekselderij recept hoeft niet ingewikkeld te zijn om toch goed te smaken. De stengels lenen zich voor roerbakken, stoven in bouillon, of gewoon rauw als snack met een dip. Ook in een ovenschotel met kip of vis voegt bleekselderij een lichte frisheid toe die niet overheerst. Wil je iets snels op tafel zetten, dan werkt een korte roerbak met wortel en ui prima, aangevuld met een beetje bouillon voor extra smaak.
Een bleekselderij salade is misschien wel de simpelste manier om de groente op zijn best te laten zien. In blokjes gesneden, gemengd met appel, walnoten en een dressing van yoghurt of mayonaise, ontstaat een frisse salade die goed samengaat met brood of als bijgerecht bij vlees. De crunch van de stengels blijft goed behouden, zolang je de salade niet te lang van tevoren maakt.
Bleekselderij blijft, mits in de koelkast bewaard, makkelijk een week of twee vers, zeker als je de stengels in vochtig keukenpapier wikkelt. Was de stengels goed voor gebruik, want tussen de nerven blijft soms wat zand zitten. De draderige buitenkant kun je met een dunschiller verwijderen als de stengels wat ouder zijn, dat maakt de bite minder taai.
Bleekselderij is een van die groenten die je bijna altijd wel ergens in kwijt kunt, of het nu in een bouillon verdwijnt of juist rauw op tafel komt. Door de milde smaak past hij bij vlees, vis en andere groenten, zonder dat hij de show steelt. Zo blijft bleekselderij een groente waar je steeds opnieuw iets anders mee doet.
Ingrediënten
Bereiding